Uit het gouden mandje van: Asteris

Het is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden dat Asteris op mijn pad kwam — en wat ben ik dankbaar dat
dat gebeurd is. Ik volgde al een tijdje de stichting Little Tigers en had me aangemeld als gastgezin, zodat ik af en toe een katje kon opvangen. Toen zag ik een oproep voorbij komen voor Asteris: een katje uit Griekenland dat al heel wat had meegemaakt.

Na dat hij was aangereden door een auto was hij achtergelaten en kon hij zijn achterpootjes niet meer gebruiken. Gelukkig werd hij gevonden door een geweldige vrijwilliger van een partnerorganisatie van Little Tigers, die hem direct naar de dierenarts bracht. Wonder boven wonder bleek er niets gebroken te zijn en herstelden zijn achterpootjes. Wel hield hij een lichte zenuwbeschadiging over, waardoor hij wat wankel loopt. Alsof dat nog niet genoeg was, bleek hij ook FIV-positief te zijn.

Zijn vooruitzichten op een eigen thuis waren daardoor klein. Hij verbleef noodgedwongen in een bench bij de dierenarts — geen plek waar een katje tot zijn recht komt. Er werd dan ook met spoed gezocht naar een huisje of gastgezin.
In overleg met Little Tigers werd besloten om Asteris naar Nederland te halen, waar hij tijdelijk bij mij zou komen wonen.

Ik vond het best spannend toen hij midden in de nacht aankwam, gebracht door een vrijwilliger die hem van het vliegveld had opgehaald. Ik maakte me vooral zorgen of de reis wel goed was gegaan — zo’n katje dat zo lang in een reismand zit.
Asteris was vanuit Griekenland begeleid door een vluchtbegeleider. In Nederland werd hij vervolgens weer overgedragen aan Little Tigers. Een hele reis voor zo’n klein katje. Wat was ik opgelucht en blij toen hij veilig bij me aankwam. Ik kon hem een eigen rustig kamertje geven, waar hij op zijn gemak kon acclimatiseren. Maar die rust had hij eigenlijk nauwelijks nodig: al snel voelde hij zich thuis en ontpopte hij zich als een enorme knuffelkont.

Ondertussen groeide bij mij een gevoel… zou hij misschien bij mij kunnen blijven. Het duurde niet lang voordat ik in overleg met Little Tigers de knoop doorhakte: Asteris werd mijn kat. En dat is nu ruim anderhalf jaar geleden.

Het gaat ontzettend goed met hem. Hij is lief, zachtaardig en dol op mensen — hij lijkt werkelijk nergens bang voor. Knuffelen is zijn grootste hobby en ’s nachts ligt hij het liefst strak tegen me aan op bed. Soms moet ik me in de meest onmogelijke bochten wringen om eruit te komen zonder hem wakker te maken. Maar vergis je niet: hij is ook een echte vechter. Door een voedselallergie en een beginnende nierstoornis heeft hij zijn eigen uitdagingen, maar hij slaat zich er dapper doorheen.

Natuurlijk houd ik zijn gezondheid goed in de gaten en ga ik regelmatig met hem naar de dierenarts. Gelukkig gaat het klinisch heel goed met hem.

Ik hoop dan ook dat hij nog vele mooie jaren bij me mag blijven. Elke dag met hem is er één om te koesteren.